Nederlandse-gedichten

Hij heeft zijn strijd gestreden
Voor de gerechtigheid.
Maar hoort thans tot ’t verleden
Waar menig mens om schreit.

Door laffe daad geslagen
Kwam zijn bestaan ten eind.
Hij vocht alleen tien dagen
Maar die kans bleek verkleind.

In ’t harnas is gestorven
Een vechter voor het recht.
Die plaats heeft hij verworven
Bleek daaraan zeer gehecht.

Wij moesten afscheid nemen
Van een mens met een hart.
Die door ’t geweld moest sterven
Wat menig mens verwart.

Wij blijven hem gedenken
En delen in de smart.
Wat hij aan ons deed schenken
Met aandacht steeds gestart.

Wij zijn door Peters dood getroffen,
Rechtvaardigheid kostte hem ’t bloed.
Hij was bij menig mens betrokken,
Dat deed hun hart tot in ‘t diepst goed

Ik wens achterblijvers in ’t verdriet,
Gods troost die Hij bedroefden biedt.
Want niemand zal vergeten
Wat Peter ons liet weten.

Een prachtig mens uit een goed ras
oprecht als Peter altijd was.
Hij vocht voor eerlijkheid en recht
En menigeen dat toegezegd.

Want niemand was er beter
dan Peter R de Vries.
Die men nooit zal vergeten
Zijn heengaan groot verlies.

Wij blijven hem gedenken
voor alles wat Hij deed.
Aan zorg en aandacht schenken
Waar menig mens van weet.

Wij zullen nooit vergeten
Wat Peter moedig heeft bereikt.
Maar heeft ons laten weten
Hoe Hij voor waarheid strijdt.

Hij was een vriend voor mensen
Intens met hen begaan.
Hij heeft altijd hun wensen
Met hart en ziel verstaan.
Je mag als mens het doorgeefluik van
Gods beloften zijn door liefde te verspreiden.
Gestoeld op liefde en genade
en daarmee overladen er anderen mee verblijden

Geef die aan je naasten door
Wat God je heeft geleerd.
Zodat Zijn licht in levens wederkeert
Genietend vol van levensvreugd
Waarmee God u dagelijks verheugt.
Als wij naar Gods woorden luisteren,
Zal het kwaad ons nimmer kluisteren.
Want door ’t woord van God gesproken
Is Zijn heil ons aangebroken.

Dan beginnen nieuwe tijden
Waarmee God ons zal verblijden.
En de Heer ons zal verrassen
Die goed bij ons zullen passen.

Ieder woord gaat in vervulling
En ons oog ervaart onthulling.
Want Gods zegen zal bepalen,
Dat wij ’t einddoel zullen halen.
Heb je een zware last te dragen
Ga dan tot God om hulp te vragen
Laat dan de Heer uw last verlichten
Wanneer u zich tot Hem zult richten.

Door ‘s Heren hulp biddend te claimen
Zal Hij van U de last wegnemen.
Hij laat u weer op adem komen
En nieuwe kracht in u laat stromen

Zo laat Hij uw zorg overwinnen
En uw dag zonder zorg beginnen
Door ‘tuitzicht dat Hij u zal tonen
En u met rust en vrede lonen.
God intens met ons bewogen,
Kijkt ons liefd’vol in de ogen.
Het verdriet dat blijft beknellen,
Mogen wij aan Hem vertellen.

Met Zijn handdruk en Zijn zegen,
God opent ons nieuwe wegen.
Waarop God met ons wil wandelen,
Als wij naar Zijn woorden handelen.

God Hij opent perspectieven,
Die Hij ons schenkt als gelieven.
Hij laat ons van blijdschap dansen,
Voor door Hem geboden kansen.
’t Is God die de gebrokenheid
zal gaan genezen op Zijn tijd.
Want eenmaal wordt de mens bevrijd.
Van elke last aar aan hij lijdt.

Dan komt er rust in zijn bestaan
door Gods gesproken wonderdaan.
Waarmee Hij dan de mens weer heelt
Wat liefdevol wordt meegedeeld.

Hij schenkt ons mensen graag Zijn heil
En brengend op een hoger peil.
De Heer zorgt voor elk mensenkind
Die intens door Hem wordt bemind.

Wanneer God onze hand omvat
Leidt Hij ons voort op ’t levenspad.
En ons daarmede steeds ontfermt
Voor kwaad en tegenstag beschermt.
God laat niemand gaan verloren,
Die Zijn woord van Hem doen horen.
En dat in hun hart bewaren,
Dat Hij hen zal openbaren.
Want de Heer deelt aan ons mede,
Hij schenkt blijdschap en schenkt vrede
Laat lof en dank het hart ontspringen,
door mond en tongen blij geuit.
Wil met een lied de Heer toezingen,
voor ieder zegenrijk besluit.
Wij leven immers uit genade,
waarmee de Heer ons steeds omgeeft.
Worden met goedheid overladen,
die Hij opnieuw steeds aan ons geeft.

Als wierook zal ons danklied stijgen,
tot Hem de Schepper tot zijn troon.
Waar Hij tot ons zijn oor wil neigen,
ons lied beluisterend in Zijn woon.
Zo zal ons loflied zich vermengen,
met liederen van Zijn engelenheer.
Die ook met ons Hem lof doen brengen,
in glans en ’t licht der hemelsfeer.
Door God wordt de mens ontlast,
Van zijn druk en levenslast.
Het is God die ons bevrijdt,
Aan Zijn hand ons voorwaarts leidt.

Wie als mens op God vertrouwt,
Ziet verblijd het licht aanschouwt.
Dat God voor Hem stralen doet,
Rijkelijk in overvloed.

Op het pad dat God ons wijst,
Kan door ons veilig gereisd.
Het is Vaders rechterhand,
Ons voert naar ’t beloofde land.
Een God naar eigen beeld geschapen,
dat is wat elke christen wil.
Die hij naar eigen hand kan zetten,
en alles doen zal wat hij wil.
Dat is de ware God ontkennen,
de enige die eeuwig leeft.
En niet Zijn naam met eer erkennen,
de God die ons het leven geeft.

Men heeft van God toch zoveel beelden,
maar ’t juiste beeld dat toont God zelf.
Woorden van liefd’ die mededeelden,
en spreken van het ruim gewelf.
Het hemelhuis waar Hij doet wonen,
waarin Hij ’t licht is dat bestaat.
En dat hij aan ons steeds wil tonen,
door ’t woord dat komend tot ons gaat.

Zijn woord schenkt ons de juiste beelden,
de werkelijkheid zoals Hij is.
En niet Zijn heerlijkheid verheelden,
Zijn macht en Zijn geheimenis.
Door ’t woord laat Hij zich openbaren,
in ’t licht daarvan laat Hij zich zien.
Want door Zijn woord laat God verklaren,
zoals men Hem als God moet zien.

God laat zich in ons beeld niet vangen,
daarop ligt immers Zijn verbod.
Alleen door ’t woord wat wij ontvangen,
ontstaat het juiste beeld van God.
Het beeld wat voor ons op zal lichten,
vertelt ons over Gods natuur.
Hij immers blijkt het licht der lichten,
in liefd’ zo zuiver, helder, puur.
Houd Jezus' hand maar stevig vast.
Daarmee word je van zorg ontlast.
Want Jezus' hand bezit de macht,
Waarmee Hij schenkt genezingskracht.

Het is Zijn woord dat je bevrijdt,
van tegenslag en narigheid.
Daar tegenover staat Zijn heil.
Dat brengt ons op een hoger peil.
Leer ‘t verleden los te laten
want God zegt dat is gezond.
Door het achter je te laten
want Hij geneest elke wond.

Koester nimmer oude wonden
die God voor je heeft geheeld.
Want Hij vindt het duidelijk zonde
als je daar soms nog mee speelt.

Wat voorbij is is ‘t verleden
wat eenmaal hoort afgelegd.
‘t Gaat om leven in het heden
met Gods doel je aangezegd.

Het vandaag dat moet slechts tellen
gisteren is nu voorbij.
God Hij doet je Zijn voorstellen
“Kom mijn kind wandel met Mij”.

Laat ‘t verleden nu maar rusten
omdat jou Mijn toekomst wacht.
Aan Mijn helder mooie kusten
waar je naar toe wordt gebracht.

Telkens omzien maakt niet beter
weet Mijn plannen zijn uniek.
Want Ik wil je laten weten
straks wacht hemelse muziek.

Blijf je op Mijn toekomst richten
leef op aard’ in ‘t hier en nu.
Als je j’ op Mijn dag blijft richten
volgt eens ‘t hemelse menu.
Heer laat ons niet ten ondergaan,
Maar reik aan ons Uw sterke hand.
En leid ons naar ’t beloofde land.
Zie met uw liefde op ons neer
Leid ons in rust en blijde sfeer.

Kom met Uw steun in ons bestaan,
Heer laat ons niet ten onder gaan.
Maar leid ons op ’t begaanbaar pad,
Dat U met ons voor ogen had.
Bereikend eens de hemelstad.
Steeds meer wapens produceren
brengt geen vrede dichterbij.
‘t Gaat er om ‘t geweld te keren
dat alleen maakt mensen vrij.

Geweld brengt ons slechts benauwen
opgejaagd gaand op de vlucht.
Het brengt leed de dood en rouwen
voor vernietiging beducht.

Geweld zal geen vrede brengen
zorgt ook niet voor evenwicht.
Wapenvuur zal d’aard verzengen
zonder vrede in het zicht.

Vrede vraagt gebed en spreken
en ook luisteren naar elkaar.
Om d’impasse te doorbreken
dan komt vrede voor elkaar.

Wapens brengen ons niet verder
ook al wordt dit steeds gedacht.
Vrede brengt de Goede Herder
op wie heel zijn kudde wacht.

Macht op aarde blijkt wellustig
door de duivel aangestuurd.
Hij maakt het op aard onrustig
waar hij steeds op door borduurt.

Leer toch luisteren naar de woorden
handelend naar Gods liefd’ gebod.
Smedend vrede en liefdekoorden
die veranderen ‘t menselijk lot.
Als zon en regen komt van boven
Dan verrijst plots de regenboog.
Die in Gods hulp ons weer laat geloven
Zijn liefde houdt ons in het oog.

Want God Hij blijft zich steeds ontfermen
En ons liefdevol beschermen.
God heeft beloofd Hij blijft steeds waken
Hij wenst ons gelukkig te maken.

Gods liefde en trouw die kent geen einde
Want Hij is de eeuwig zijnde.
Voor alles wat God doet beloven
Zullen wij Zijn Naam doen loven.

Eens laat de Heer ons binnentreden
In Zijn huis met heerlijkheden.
Waaruit het licht nooit zal verdwijnen
Wat eeuwig voor ons zal schijnen.
Wie eindelijk thuiskomt bij de HEER
Treft bij Hem aan een blijde sfeer.
Die elk van ons geheel omvat
Tesaam met Gods ontvangen schat.

Die heeft God goed voor ons bewaard
En met genoegen opgespaard.
Vrijgevig blijkt God dan te zijn
Door uitgenodigd voor ’t festijn.

Dit feest dat geldt voor groot en klein
Elk die door Hem genodigd zijn.
Daarmee heeft God Zijn doel bereikt
Vrijgevig geliefden verrijkt.

Omgeven voortaan door het licht
Dat zich uitspreidend op elk richt.
En ieder daarmee is omhuld
Dan is Gods Woord en wil vervuld.
Bidden heeft mij leren geloven
In vervulling van ’t gebed
In ’t besef dat God hierboven
constant op Zijn antwoord let.

Altijd blijkt God te verhoren
Wat er van Hem is gevraagd.
’k weet mij als kind uitverkoren
Wat Hem als Vader behaagt.

‘k Weet hoe vaak Hij liet vervullen
De in ’t gebed gesproken wens.
Om die daarna te onthullen
Als voltooiing van mijn wens.

Trouw en liefde deze beiden
Spreidt God dagelijks voor mij uit.
Want Zijn doel blijft mij verblijden
Waar Hij steeds weer mee besluit.
Als eenmaal Gods bazuin weerklinkt
Zijn klank tot ’t menselijk oor doordringt.
Dan rijzen doden uit het graf
En ’t lichaam tijden lang omgaf.

Gods stem zal elk dan op doen staan
Om ’t koninkrijk Gods in te gaan.
Nadat Gods oordeel voor hen klonk
En zijn geliefden d’hemel schonk.

Het Goddelijk heil dat is beloofd
Verkrijgt elk mens die ’t heeft geloofd.
En wordt door God aan elk onthuld
Waarmee Hij Zijn beloft’ Vervult.
Samen wandelend aan Gods hand
Op weg naar ’t beloofde land.
Is het God die ons geleidt
Naar de plek voor ons bereid.

Hier legt God Zijn schatten neer
En zorgt voor een blijde sfeer.
Als men Vaders schatten ziet
Welke Hij met liefde ons biedt.

Eindeloos is Vaders trouw
Over allen man en vrouw.
Liefdevol word elk bemind
Bij Hem rust en vrede vindt.
Stil liggen zij te wachten
de doden in hun graf
hun ziel geniet de prachten
die God de Heer hen gaf.
Eens worden zij herenigd
Wanneer Gods stem weerklinkt.
En lichaam ziel verenigd
Met nieuwe schoonheid blinkt.

Met een verheerlijkt lichaam
Treedt elk het Godsrijk in
Gereed voor ’t eeuwig stilstaan
Met lof voor Gods bemin.
Vernieuwd naar ziel en wezen
Volgt dan een nieuw bestaan.
Dan wordt aan elk bewezen
Waar God aan heeft voldaan.

Gods belofte is vervuld
Waaraan Hij heeft voldaan.
In het witte kleed gehuld
Doen zij voor HEM staan
Waar aller hart en monden
Gods toekomst binnengaan
Voorgoed met Hem verbonden
Zullen zij voor Hem staan.