Nederlandse-gedichten

Hoe wonderbaarlijk is het kerstverhaal
dat ons van Jezus, ’t Christuskind, laat horen.
God spreekt ons toe in liefderijke taal
Zijn engel meldt ons dat Hij is geboren.
Hij kwam ter wereld uit een jonge maagd
waarin Gods Geest het kindje liet verwekken.
Zij leefde zo als door de Heer behaagd
die zo Zijn handen naar haar uit liet strekken.

Dit kind dat mens en wereld redden zal
waarmee God zo in liefde is verbonden.
Dat zal ons redden uit het aardse tranendal
en komt ons redden van het kwaad der zonden.
Dit kind waarmede God als Vader zich verbindt
die Hij Zijn eengeboren Zoon zal noemen.
Dat is het kind waarbij men vrede vindt
wiens naam en die van God wij zullen roemen.

Hij is de Zoon van God die ons verlost
en ’t kind dat voor ons ’t kruis zal dragen.
Dat Hem in grote liefd’ Zijn leven kost
in Zijn reddingsopdracht voor ons slagen.
Hij is de brenger en de drager van het licht
in ’t duister van de wereld laat verschijnen.
Dat voor ons allen hoog staat opgericht
en voor onze ogen nimmer zal verdwijnen.

Ik wil getuigen van het licht
dat in de wereld God laat stralen.
Waarvoor al ’t aardse duister zwicht
elk mens zijn hart aan op kan halen.
Dit licht door God naar d’ aard gebracht
is in een mensenkind gekomen.
Geboren in een donkere nacht
om te vervullen onze dromen.

Hij die het licht der wereld is
wil met de glans ons hart verblijden.
Hij schenkt ons mensen lafenis
en leiden door de wereldtijden.
Zijn naam is Jezus Zoon van God
Hij staat garant voor eeuwig leven.
Hij brengt een kering in ons lot
als wij ons leven aan Hem geven.

Kies dan voor Hem die mensen redt
ontboeien kan van schuld en zonden.
Bij wie als hoorder van ’t gebed
genade en uitkomst wordt gevonden.
Maar boven al ervaart u dan
in ’t licht Zijn eindeloze liefde.
Zo groot die niemand geven kan
alleen Jezus bezit die liefde.

Hij immers stierf voor ons aan ’t kruis
en gaf Zijn leven voor ons leven.
Leidde ons weer naar ’t Vaderhuis
omdat God zonden heeft vergeven.
Want Jezus draagt de lichttoorts rond
Zijn licht blijft helder voor ons schijnen.
Hij laat het klinken uit Zijn mond;
dit Goddelijk licht zal nooit verdwijnen.

De Heer Hij laat je weten
Mijn kind Ik heb je lief.
Ik zal je nooit vergeten
jij bent mijn hartendief.
Kom kind maar in Mijn armen
waarmee Ik je omsluit.
En daarin je verwarmen
Ik zie reeds naar je uit.

Kom maar met al je zorgen
vertel Mij van je pijn.
Je bent bij Mij geborgen
daar altijd veilig zijn.
Ik kan je alles bieden
wat jij van Mij verlangt.
Kom kind maar tot mij vlieden
en zie wat je ontvangt.

Mijn kind Ik ken de noden
Ik zie ze in jouw hart.
De kleine en de loden
bezorgen je veel smart.
Maar Ik kan dat verhelpen
genezen elke wond.
Waarvan Ik ’t bloed zal stelpen
dat Ik in jouw hart vond.

Ik zal je hart verblijden
bij Mij vind je weer rust.
Word je nu na het lijden
van vrede weer bewust.
Van liefde en genade
Mijn kind die Ik je bied
Want daarmee overladen
ligt vreugde in ’t verschiet.

Heer ik ben aan ’t schaapjes tellen
omdat ik niet slapen kan.
Maar ik kan beter tot U snellen
want U bent de juiste man.
Herder die mij kan vertellen
hoe dat ik weer verder moet.
Nadat U mij van ’t beknellen
van mijn zorgen Heer ontdoet.

Heer Ik vraag mij te ontlasten
van al ’t gene dat mij kwelt.
Neem dan Heer van mij de lasten
opdat ik word vrijgesteld.
Laat mij in Uw armen rusten
als U Heer over mij waakt.
In Uw arm naar ’t onbewuste
tot de morgenstond genaakt.

Niets is beter dan te praten
met de Herder van de stal.
Die mij nimmer zal verlaten
en die altijd luisteren zal.
Heer leen mij Uw hart en oren
en betoon mij Uw geduld.
Om mij Heiland aan te horen
die met liefde bent vervuld.

Bij U vindt mijn hart weer vrede
en U maakt mijn onrust stil.
Want U brengt mijn angst tot rede
telkens weer om uwentwil.
Nergens kan ik beter wezen
bij U Herder toegewijd.
Van wie ik niets heb te vrezen
maar die liefdevol mij leidt.

Heer het is rondom zo duister
en dat maakt mijn hart zo bang.
Zendt Uw licht met al haar luister
zodat ik het blij ontvang.
Heer mijn hart kent zoveel zorgen
en draagt in zich zoveel pijn.
Het verlangt zo naar de morgen
om voorgoed bij U te zijn.

‘k Vraag U Heer om bij te lichten
ik met U Heer verder kan.
Door mijn hart op U te richten
trek mij uit die duistere ban.
Laat Uw vrede mij doorstromen
die ik Heer zozeer begeer.
Laat die in mij binnen komen
dat is mijn verzoek o Heer.

Heer ik moet zo veel verduren
aan beschimpingen en pijn.
Mijn hart kent Heer zware uren
die er in mijn leven zijn.
‘t Is een strijd om ‘t overleven
tegen ’t onrecht en ’t geweld
dat ik Heer steeds moet beleven
er wordt kwaad van mij verteld.

Niets Heer valt in goede aarde
en wordt verkeerd opgevat.
Wat ik aanbied heeft geen waarde
want dat wordt steeds afgekat.
Ik heb zo’n moeite het vol te houden
Heer U ziet ik kan haast niet meer.
Maar U bent voor mij vertrouwde
ik leg ’t verdriet bij U maar neer.

Al mijn liefd’ wordt afgewezen
dingen die ik graag schenken wil
Maar ik word steeds weer verworpen
dat doet pijn verdriet maakt stil.
Heer wilt U maar redding schenken
uitkomst uit de diepste nood
Wil mij kind in liefd’ gedenken
door dat U m’ Uw hand aanbood.

Tijd glijdt door onze hand als water
en laat soms enkele druppels na.
Want hierop volgt altijd het later
laat slechts herinneringen na.
Die in een kringloop ons omringen
onze gedachten laten gaan.
Over de reeks voorbije dingen
die ons dan weer voor ogen staan.

De tijd begint steeds met seconden
die tikkend naar minuten gaan.
En die daarna de uren vonden
om die hun slag te laten slaan.
Zo gaat de tijd al vele jaren
en eeuwenlang in ’t ritme voort.
Tot ’t uur volgt van Gods openbaren
en de bazuinklank wordt gehoord.

Dan slaat de klok zijn laatste slagen
dan is de aardse tijd voorbij.
Want dan verschijnen hemeldagen
voorkomend in een lange rij.
Waaraan geen einde ooit zal komen
want God heeft alles in Zijn hand.
Hij laat ons visioenen dromen
van het door Hem beloofde land.

Eens wordt de tijd hier afgesloten
bestaat er enkel eeuwigheid.
Dat heeft de Schepper zo besloten
Zijn komst die wordt al voorbereid.
Blijf in deze uren Hem verwachten
die tot ons komt in ’t glanzend licht.
Dat schoner blijkt dan wij ooit dachten
als God Zijn koninkrijk straks sticht.


Heer genees de diepe wonden
door het woord mij aangedaan.
Die U ziet in ’t hart gevonden
en een mens er in liet slaan.
Ik ben tot bloedens toe geslagen
diep gekwetst en diep geraakt.
Pijn die haast niet is te dragen
is ’t die ongelukkig maakt.

Heer verbindt de rauwe wonden
heel de diepe scherpe pijn.
Dep het bloed dat wordt gevonden
Heer wilt U mijn heler zijn.
Ik kan de last ervan niet dragen
want kwetsuren heb ik reeds lang.
Opgelopen door de slagen
die ik telkens weer ontvang.

Ik zie zo uit naar de bevrijding
van die vreselijke pijn.
Laat die Jezus door Uw leiding
door Uw woord genezen zijn.
Neem mij veilig in Uw armen
stil bij U mijn tranen huil.
Wil mij liefderijk verwarmen
als ik in nood bij U Heer schuil.

Eens op een dag zal God aan ons gaan vragen
mens wat heb jij als rentmeester gedaan.
Al wat Ik aan jouw zorgen toevertrouwde
hoe is het met de aarde nu gegaan.
Dan staat het schaamrood ons misschien wel op de kaken
omdat er zoveel goede kansen zijn gemist.
Om er voor God iets heel moois van te maken
en hoe dat kon elk mens beslist wel wist.

Eens op een dag zal God dan rond gaan kijken
dan zal Hij zien het povere resultaat.
En zich verdrietig tot ons mensen wenden
voor haar herstel is het nu echt te laat.
De roofbouw die de mensheid steeds op haar liet plegen
en niet voldoende aan Gods opdracht toegewijd.
Onttrekt de mensheid daarmee aan Gods zegen
die Hij zo graag de mens had toebereid.

Eens op een dag zal God op aarde komen
dan voelt Hij alle mensen aan de tand.
Waarom hield u zich niet trouw aan Mijn woorden
en zorgde u slecht voor het onderpand.
’t Rentmeesterschap dat wordt u thans door Mij ontnomen
u bleek de aan u vertrouwde aarde echt niet waard.
Waar zijn toch al die rijke groene bomen
en vele dieren die eens leefden op de aard.

Eens op een dag komt God de aard vernieuwen
dan neemt Hij alles weer in eigen hand.
Dan wordt al ’t oude door God afgebroken
maakt Hij van d’ aarde weer een heel nieuw land.
God zal het dan ook nooit meer zover laten komen
Hij maakt voor ons dan aarde en hemel tot geheel
Want die belofte wordt ons niet ontnomen.
ondanks ‘t tekort schenkt God ons toch ons deel.

Houd mij in leven lieve Heer
de Boze wil mij zo graag vellen.
En treffen met zijn scherpe speer
om daarmee hart en ziel te kwellen.
Hij wil mij breken lieve Heer
hij tracht te splijten te vermoorden.
Help mij naar U te luisteren Heer
en niet naar Satans boze woorden.

Bevrijd mij Heer van ’t boze kwaad
dat rondom mij Heer blijft belagen.
Stop hem zodat ’t niet verder gaat
Ik smeek U Heer mij kind te dragen.
Want zonder U Heer red ik ’t niet
zou ik van angst en verdriet sterven.
Als U mij Heer geen uitkomst biedt
en ik Uw trouw en liefd' moest derven.

Ik geloof dat U mij nooit verlaat
maar met Uw heilig zwaard blijft strijden.
En daarmee ’t kwaad ter neder slaat
als Satan mij wil laten lijden.
Ik weet hij is op mijn val uit
door met zijn macht mij te omknellen.
Daarom roep ik tot U Heer luid
om aan hem paal en perk te stellen.

Uw stem klinkt als muziek mij in de oren.
Uw woord Heer Jezus liefelijk en zacht.
U laat aan mij Uw liefdewoorden horen
en elk daarvan geeft mij weer nieuwe kracht.
Bij U Heer mag mijn hart de rust hervinden
ontvangt Uw vrede die het stil doorstroomt.
Het is Uw liefd’ die mij aan U wil binden
de liefde Heer waarvan ik heb gedroomd.

De warmte Heer die ‘k in mijn hart mag voelen
is een ervaring rijk en ongekend.
Die mij in golven Heer blijft overspoelen
zo krachtig is de liefd’ die U mij zendt.
Ik ben U dankbaar voor Uw liefdegaven
de zegeningen die ik van U ontvang.
Waarmee U Heer mijn hart en ziel wilt laven
en dat in liefde heel mijn leven lang.

Ik weet mij in Uw liefde Heer geborgen
waar ’t levenspad te zwaar wordt draagt U mij.
Ik heb mij toevertrouwd Heer aan Uw zorgen
Heer Uw aanwezigheid maakt mij zo blij.
Een betere vriend kan ik mij niet bedenken
die zo betrokken met mij zoveel geeft.
Wiens zachte stem mij telkens weer blijft wenken
U mij in liefde iets te zeggen heeft.

U gaat met mij op Uw gebaande wegen
met mij op weg naar ’t hemels Vaderhuis.
Op deze weg daar wordt Uw heil verkregen
en aan Uw hand brengt U mij veilig thuis.
Het eeuwig leven wilt U aan mij schenken
door in Uw voetspoor steeds te blijven gaan.
U ’t Licht der wereld dat mij stil blijft wenken
biedt mij een schitterende toekomst aan.

Van binnen schreeuwt het kleine kind
om liefd’ van vader en van moeder.
Het hunkert dat het wordt bemind
zich veilig voelend bij zijn hoeder.
Maar ’t kleine kind voelt zich alleen
verlaten eenzaam onbegrepen.
Dit kleine kind kan nergens heen
wiens bange hart wordt toegeknepen.

De roep van ’t kind wordt niet gehoord
het blijft verwaaien door de winden.
En elke noodkreet is verstoord
zodat men ’t kindje niet kan vinden.
Dit kleine kind lijdt aan de pijn
die door de angst zich blijft versterken.
Het roept tot God waar zult U zijn
laat Uw aanwezigheid toch merken.

God Hij heeft ’t kleine kind verstaan
de roep om hulp kon Hij wel horen.
Wat God toen liefd’vol heeft gedaan
Hij liet voor ’t kind Zijn licht weer gloren.
Hij nam het kind vast bij de hand
en sloot het veilig in Zijn armen.
Hij bood het kleine kind de band
waarin ’t zich veilig mocht verwarmen.

God weet van de onzekerheid
de angst van ’t kind uit het verleden.
Maar Hij is voor dit kind bereid
de weg naar vrijheid te betreden.
Waarop geen angst meer zal bestaan
omdat God die steeds af zal weren.
Om met dit kind verder te gaan
in warme liefdevolle sferen.

God biedt dit kind geborgenheid
de rust waarop het zo bleef hopen.
Want ’t kind heeft gaande door de tijd
veel diepe wonden opgelopen.
Maar God gaat daarmee aan het werk
en zal ze een voor een genezen.
Hij maakt dit kind innerlijk sterk
zodat ’t geen angst meer heeft te vrezen.

Want God wil vader moeder zijn
voor ’t kind dat in elk mens blijft leven.
Al zijn wij groot al zijn wij klein
Hij zal Zijn zorg en liefde geven.
God Hij die onze Vader is
zal blijvend ons Zijn kinderen noemen.
Wiens hand ons redt uit elk gemis           
laat steeds weer ’t licht voor ons opdoemen.

Hij die aan ’s Vaders rechterhand gezeten
op ’s hemels troon tesaam met Hem regeert.
Zal Zijn geliefden nimmer ooit vergeten
Zijn blik blijft altijd naar hen toegekeerd.
Want Christus zal een woning hen bereiden
in ’t huis des Vaders is geen plaatsgebrek.
Hij maakt hen eenmaal tot Gods ingewijden
want ieder kind van God die krijgt een vaste plek.

’t Is zeker dat eenmaal de dag zal komen
dat Jezus al Gods kinderen vergaard.
En allen rond Gods troon tezamen stromen
waar elk nogmaals Zijn liefde wordt verklaard.
Dan zullen zij het land van vree bewonen
al wat op aarde was, voorgoed voorbij.
Dan zal de Heer Gods rijke schatten tonen
daarmee maakt Hij dan aller harten blij.

Een nieuw bestaan dat ligt op ons te wachten
blijf dus maar uitzien naar die blijde dag.
En richt uw harten en ook uw gedachten
op wat de kracht van ’s Heren woord vermag.
Gods woord dat eenmaal alles om zal keren
verdwijnen laat wat in Zijn rijk niet past.
Zal zorgen dat geen kwaad ons meer zal deren
van zonde en ziekte heeft men nooit meer last.

Want ook de dood is dan voorgoed verslagen
rechtvaardigheid zal er voor God bestaan.
Wij mogen thans aan Jezus Christus vragen
met Hem de weg naar ’t Godsrijk in te slaan.
Want op een dag dan gaan haar deuren open
wordt eeuwig heil aan ons geopenbaard.
Wordt ons getoond waarop wij thans nog hopen
zien wij de nieuwe hemel en de nieuwe aard.

Als ik aan God een boek zou schrijven
dan kwam daar heel veel in te staan.
Over de tijd van ’t hier verblijven
en wat ik op aard reeds heb doorstaan.
Hoe ik bekend met moeilijkheden
die afgewisseld zijn met vreugd.
Op ’t smalle pad ben blijven treden
waarop Hij mij ook heeft verheugd.

Dit boek zou veel pagina’s dragen
gebonden tot een dik geheel.
Van falen spreken en van slagen
uitvoerig steeds van deel tot deel.
Veel hoofdstukken zouden er spreken
van bittere tranen en verdriet.
Van dingen die mijn hart liet breken
maar toch met hoop weer in ’t verschiet.

Ik zou dit boek dan God aanreiken
Hem vragen Heer lees het eens door.
Om zo aan God te laten blijken
zo staat mijn leven er Heer voor.
Maar ik besef ’t is echt niet nodig
omdat de Heer van alles weet.
Dus is dat schrijven overbodig
over mijn vreugde en mijn leed.

Want ik heb steeds Gods hulp ervaren
Hij gaf mij steeds weer nieuwe kracht.
Zijn liefde bleef Hij openbaren
als ik soms huilde in de nacht.
Hij schonk mij troost en nieuwe vreugde
als Vader met Zijn kind begaan.
Hij is het die mijn hart verheugde
om met Hem samen voort te gaan.

Een gentleman is God de Heer
met hoge waarden, hoge normen.
Correct in 't menselijk verkeer
Hij zal Zijn waarden nooit vervormen.
Hij blijft Zijn woorden steeds getrouw
op Zijn beloften kan gerekend.
Hij staat garant voor liefde en trouw
heeft die met Zijn hand ondertekend.

Van God kan nog heel veel geleerd
voor dat wij ook zo ver gekomen.
En ook van elk van ons beweerd
wij gentle zijn en goede vromen.
Om mens te zijn met goede normen
en nimmer sprekend grove taal.
Die nimmer aan hun woorden tornen
die regel geldt voor allemaal.

Tracht dus een gentleman te wezen
een gentlewoman tot Zijn eer.
U wordt door God steeds onderwezen
in omgang, 't menselijk verkeer.
Laat door de liefde u steeds leiden
betracht in alles steeds geduld.
Leer misverstanden te vermijden
en blijf met 't liefdekleed omhult.

‘t Is geloof waarmee je bergen kunt verzetten
in ’t leven veel veranderen kunt.
Door steeds op Jezus woord te blijven letten
en samen met de Heer je leven runt.
Bespreek met Hem je strijd en moeilijkheden
Hij luistert en Hij geeft je wijze raad.
Hoe ’t kwaad met Hem vermeden en bestreden.
je niet aantasten zal en dus je nimmer schaadt.

Door ’t geloof waarmee je bergen kunt verzetten
keer je als mens een hele wereld om.
Om met de Heer de dingen naar je hand te zetten
creëer je licht en ruimte steeds rondom.
Door ’t geloof kun je de hoogste muren slechten
Hij breekt de stenen met je een voor een.
Wanneer jij je aan Jezus maar blijft hechten
dan sta je voor problemen nooit alleen.

Want geloven is niets anders dan vertrouwen
op Hem en in jezelf dat alles lukt.
Wanneer je op de naam van Hem zult bouwen
dan weet je dat door ’t geloof je niets mislukt.
Zo zullen zelfs de hoogste bergen wijken
als je maar steeds met Jezus Christus gaat.
De Heiland die je levenslang laat blijken
dat Hij in geen omstandigheid je ooit verlaat.

‘k Zal met liefde je omhullen
en je hart met vrede vullen.
Want Ik zie het groot gemis
dat er nog van binnen is.
Voor de pijn zo diep verborgen
zal Ik ook met aandacht zorgen.
Ik bezit het medicijn.
dat Mijn liefdezalf zal zijn.

Ik weet van strijd en stille tranen
en je triest en somber wanen.
Maar ook voor al ’t stil verdriet
ben Ik het die uitkomst bied.
Nieuwe vreugde laat Ik bloeien
die als rode rozen groeien.
‘k Laat opnieuw je ogen stralen
en daarvan je tranen halen.

Altijd mag je tot Mij komen
en met je problemen komen
Om je nood te laten stelpen
en je daar weer uit te helpen
Want daarvoor heb Ik de macht
als je ’t maar van Mij verwacht.
Ik zal je dagelijks krachten geven
inzicht moed om door te leven.

Kom gerust met al je vragen
want Mijn hulp zal altijd slagen.
Ik heb de blauwdruk van jouw leven
met de weg om na te streven.
En als je die niet verlaat
weet je ook waarheen die gaat.
Daarheen ga Ik je graag voor.
Mij te volgen in het spoor.
 

Geen dag zal meer hetzelfde zijn
evenals de minuten en de uren.
Wanneer in ’t licht van Christus schijn
u voortaan dagelijks aan laat vuren.
Die u de liefde steeds voorschrijft
opdat die zoveel kan genezen.
En dat in Zijn naam onderschrijft
dat liefde ’t hoogste goed zal wezen.

Daarmee verandert het gevoel
en wordt een mens opnieuw geboren.
Dan krijgt zijn leven weer een doel
omdat hij bij de Heer zal horen.
Hij is het die over u waakt
in staat tot blij, gelukkig maken.
Als u door Zijn liefd’ bent geraakt
die ook in uw hart laat ontwaken.

De Heer wil graag uw helper zijn
uw steun en toeverlaat in ’t leven.
Hij komt tot u met brood en wijn
dat met u delend u te geven.
Weet u dan door de Heer bemind
die zich als helper op wil stellen.
En die u noemt aanvaardt als vrind
u van Zijn liefde blijft vertellen.