Nederlandse-gedichten

Ervaar dat God het is die redt
Hij is verhoorder van ’t gebed.
Zijn wens is ons verblijden.
Hij houdt Zijn oog op ons gericht.
Plaatst ons in ’t alomvattend licht
Zijn hand wil ons geleiden
Al ’t duister wordt door Hem verjaagd
Zodat het ons niet meer belaagt.
Zijn licht zal overwinnen.
Wij worden door de Heer omarmd.
En teder door Zijn hart verwarmd.
Als teken van beminnen.
Kiezen wij voluit voor vrede
dan is dat de beste rede.
Want geen mens hoeft men te krenken
als wij elkaar vrede schenken.

Komt het woord van vrede binnen
blijf u daar steeds op bezinnen.
Want door vrede na te streven
zullen velen overleven.
God nodigt ons met welkom in Zijn huis.
En wenst dit tot warm en veilig thuis.
Zijn deur staat constant voor ons open.
Wij mogen altijd binnenlopen.
Om daar verblijd Zijn woord te horen.
Waar ieder woord maakt als herboren.
Door de Heer word je verbonden
van je opgelopen wonden.
Want Hij balsemt graag de plekken
waar Hij Zijn hand naar doet strekken.

Door Zijn balsem volgt de heling
liefdevol met Zijn verdeling.
Elk litteken zal verdwijnen
want de Heer verlost van pijnen.

Er heeft heling plaatsgevonden
Van je opgelopen wonden.
Die de Heer onzichtbaar maakte
Toen Hij je wonden aanraakte
Veel blijkt gehuld in grauwe mist.
Waardoor men zich in ’t pad vergist.
Haar sluier dekt ons levenspad.
Die ons moet voeren naar Gods stad.
Als Christus deze mist verdrijft
Dan ziet de mens wat daar verblijft.
De Heiland zorgt voor duidelijkheid
Zijn woord toont ons de werkelijkheid.
Treed met Uw liefde ons tegemoet,
wil in ons hart de wonden helen.
Dat aan de pijn zo lijden doet,
ontspringende uit onze kelen.
Een enkel woord is U genoeg,
dat antwoord schenkt op onze vragen.
En aan ons schenkt wat elk u vroeg,
geheeld de pijn niet meer hoeft dragen.

Met pijlen is ons hart geraakt,
waarvan de scherpte deed verwonden.
En daarin gaten heeft gemaakt
die slechts door U kunnen verbonden.
Verlos ons Heer dan van die pijn,
en laat die door Uw liefd’ verdwijnen.
Opdat de wonden die er zijn,
in onze harten niet meer schrijnen.

God reikt aan ieder mens Zijn hand.
Waarmede Hij ons wil geleiden.
Op weg naar het beloofde land.
Een toekomst biedt van groot verblijden.

Hij wijst de weg om op te gaan.
Die ons de vreugde laat ervaren.
Van ’t naderende nieuw bestaan.
Aan ons Zijn heil zal openbaren.
Een gat in je hart door een tragisch verlies
maar God Hij spreekt dan "Kom tot Mij" is 't devies.
Ik zie al je tranen in 't hart vol verdriet
doordat je van pijn nergens uitkomst meer ziet.
Er is maar één weg om er daarmee te gaan
tot d' hemelse Vader die je doet verstaan.
Slechts Hij kan je helen want Hij sluit de wond
die Hij als een gat in je binnenste vond.
Laat God je maar helen want Hij blijkt in staat
dat het je als mens daarna beter weer gaat.
Hij zal je genezen dat heeft Hij beloofd
en niets meer te vrezen in 't Godswonder gelooft.
Aangeraakt door God.
Verandert Hij ons lot.
Want God Hij heeft met haast.
Ons in het licht geplaatst.

God staat aan onze kant.
Hij neemt ons bij de hand.
Hij ziet steeds naar ons om.
Vanuit Zijn heiligdom.
Wij gaan naar de plek met de mooiste muziek
de klanken daarvan die zijn werkelijk uniek.
Met hun harmonieën zo wonderlijk schoon
klinken daar klanken met bijzondere toon.
Want hier wordt de glorie van Gods steeds bezongen
door miljoenen zielen en engelentongen.
Aan glorie en feestelijkheid komt daar geen einde
van allen aanwezig bij God d’ Eeuwig Zijnde.
Waar nood heerst moet men helpen.
Om die samen te gaan stelpen.
Het is taak om ons te haasten.
In de zorg voor onze naasten.

Wees bereid inzet te tonen.
En met hen tesamen komen.
Om ons op hun nood te richten.
Die gezamenlijk verlichten.
De Bijbel heeft altijd gelijk
en geeft daarvan doorlopend blijk
Elk woord gelezen of gehoord
zorgt voor het beeld dat daarbij hoort.

Wat God ons in de Bijbel zegt
wordt ons voorhoudend uitgelegd.
Daarin heeft liefd’ de boventoon
wie ’t uitvoert krijgt beloofde loon.
Geen mens valt dieper dan Gods handen
Hij zal daar veilig in belanden.
Want het blijft altijd Gods verlangen
Elk mens met liefde op te vangen.

In opvang zal God nooit vergissen.
Zijn handen zullen geen mens missen.
Maar Hij laat de mens dan ervaren
Hoe Hij zijn leven dan zal sparen.
Je levenstijd is haast voorbij
dan kom je thuis en woont bij Mij.
Ik heb je reeds een plaats bereid
wonend bij mij in eeuwigheid.

De hemelpoort zal openstaan
waardoor je straks mag binnengaan.
Hierdoor ben ik jouw Vader, God
voor eeuwig wijzigt ’t levenslot.

Ik zorg voor vreugd op je gezicht
en binnentreedt in ’t eeuwig licht.
Je ervaart hier Mijn vredesfeer
met d’ engelen jubelend telkens weer.

De schoonheid die je hier ontmoet
Die mag met grote vreugd begroet.
Waardoor de vreugd van je afstraalt
die ’t eeuwige geluk bepaald.
God zal er ons steeds weer op wijzen
Waar ’t stralend licht voor ons zal rijzen.
Dit stralend licht zal ons omsluiten
Wat God in liefde deed besluiten.

Wij mogen in dit licht gaan wand’len
Gehoorzaam naar Gods woord te hand’len.
Dan zendt God ons Zijn rijke zegen
Neerdalend als een milde regen.
Geef met hart en ziel je over
aan Gods Zoon die voor ons stierf.
Dragend zonden aan het kruishout
eeuwig leven ons verwierf.

Alle zonden zijn vergeven
Ieder die in Christus gelooft.
Na zijn dood volgt eeuwig leven
Zoals Gods woord ’t heeft beloofd.

Christus bloed heeft ons gewassen
opdat ieder rein zal zijn.
Als wij ’t witte kleed aanpassen
Geheel zuiver schoon en rein.

Jezus heeft de schuld gedragen
’t uitzicht op nieuw leven biedt.
En door Vaders welbehagen
zalig leven in ’t verschiet.
Leer ons dienen en niet heersen
En met kracht het kwaad beheersen.
Als wij Jezus daarom bidden
Helpt Hij steunend in ons midden.

Dienen dat is ons zelf geven
Naasten helpen in het leven.
Want elk die daarvoor zal kiezen
Kan met liefde nooit verliezen.

Zoek de band tot samenbinden
Dat maakt mensen tot beminden
Als men dat doel na zal streven
Dan schept men een beter leven.
Het komt echt werkelijk niet van pas
een mens te kwetsen met zijn ras.
God schiep eens elk mens naar Zijn beeld
Zijn trouw en liefd' hem meegedeeld.

Wij mensen zijn ’t elkaar verplicht
niet mijdend om zijn aangezicht.
De mens bespottend om zijn kleur
Is helaas vandaag de teneur.

Uw medemens vraagt ook respect
wanneer zijn afkomst wordt ontdekt.
Want beiden zijn een kind van God
en mag om huidskleur nooit bespot.

Haat in uw ogen mag ook niet
Want dat doet God en Hem verdriet.
God schiep diversiteit van kleur
schonk ieder mens daarmee zijn fleur.
Wees toch doordrongen van het feit
Hoe snel uw levenstijd verglijdt
Hoe snel tijd voortjaagt uur na uur
Het leven makend kort van duur.

Als mens jaagt menigeen maar voort
En wordt Gods boodschap slecht gehoord.
Dan geeft de Heer u te verstaan
Hoe zwaar ’t is zonder Hem te gaan.

Keer u toch om gericht op God
Dan verandert uw levenslot
Hij nodigt u nog steeds met klem
Op weg naar ’t nieuw Jeruzalem!
Onze eigen taal is van belang
voor ’t spreken en het psalmgezang.
Elk woord dat uit ons hart weerklinkt
hoort dat het troostvol binnendringt.

Elk woord dat opklinkt met aandrang
blijkt voor ons leven van belang.
Want taal die kan erg troostvol zijn
vertroostend als men lijdt door pijn.