Heer laat mij spelen tot uw eer, 
met ’t orgelspel ’t kerkvolk leiden.
En daarmee hart en ziel verblijden
Zodat er lofliederen klinken
Waardoor de woorden op doen blinken
Wanneer die voor Uw troon weerklinken.

Laat uit ons hart de vreugde stromen
En voor Uw oog doen samenkomen.
Om daarna naar Uw woord te luisteren
Wat U met Uw liefde voor onze oren
In de prediking laat horen.
Voor ieder in Uw huis zal dalen
Waar elk zijn hart aan op zal halen.

Laat ons met vreugd Uw naam lof zingen,
Die tot Uw woning door zal dringen.
Met hart en ziel Uw naam doen eren
Waarneembaar tot in d’hemelsferen.
En samen met de engelenkoren
De lof doen klinken in Uw oren
En die met vreugde aan te horen